ECLI:NL:HR:2009:BJ1009

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00874
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat en termijnoverschrijding

In deze zaak ging het om de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, waarbij de pleegouders tegen de beschikking van het gerechtshof beroep in cassatie instelden. Het eerste verzoekschrift tot cassatie was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, wat een vereiste is volgens artikel 426a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De pleegouders dienden een tweede verzoekschrift in, maar dit was niet binnen de vereiste termijn van veertien dagen na ontvangst van het eerste verzoekschrift ingediend. Hierdoor kon dit tweede verzoekschrift niet als herstel van het eerste verzoek worden beschouwd.

De Hoge Raad oordeelde daarom dat de pleegouders niet-ontvankelijk waren in hun cassatieberoep. De beschikking werd gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels en in het openbaar uitgesproken door raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de pleegouders wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken handtekening advocaat en termijnoverschrijding.

Uitspraak

9 oktober 2009
Eerste kamer
09/00874
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1], en
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
STICHTING BUREAU JEUGDZORG HAAGLANDEN, VESTIGING DEN HAAG ZUID/ RIJSWIJK,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de pleegouders en Bureau Jeugdzorg Haaglanden.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij beschikking van 24 juli 2008 heeft de rechtbank 's-Gravenhage op verzoek van Bureau Jeugdzorg Haaglanden, kort gezegd, de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [het kind], geboren op [geboortedatum] 2001, verlengd van 29 juli 2008 tot 23 oktober 2008.
Tegen deze beschikking hebben de pleegouders hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 3 december 2008 heeft het hof de pleegouders niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de pleegouders bij twee verzoekschriften beroep in cassatie ingesteld. De beide cassatierekesten zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Bureau Jeugdzorg Haaglanden heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het op 3 maart 2009 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift is niet getekend door een advocaat bij de Hoge Raad en voldoet dus niet aan de vereisten van art. 426a lid 1 Rv. Het op 20 maart 2009 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift is ingediend na het verstrijken van de cassatietermijn. Dit laatste verzoekschrift kan niet dienen tot herstel van het eerstvermelde, omdat het niet is ingediend binnen veertien dagen na binnenkomst ter griffie van het eerste verzoekschrift. De pleegouders zijn derhalve niet-ontvankelijk in hun beroep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de pleegouders niet-ontvankelijk in hun beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.