ECLI:NL:PHR:2010:BK1639
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest deskundigenvoorschot
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de man tegen meerdere tussenarresten van het hof Amsterdam centraal, waarin onder meer is bepaald dat hij een voorschot van € 45.000,-- moet deponeren voor het loon en de kosten van benoemde deskundigen.
De vrouw had een deskundige laten benoemen om de waarde van aandelen en levensverzekeringspolissen vast te stellen in het kader van verrekening op grond van huwelijkse voorwaarden. Het hof had meerdere tussenarresten gewezen, waaronder het arrest van 23 december 2008 waarin het voorschot werd opgelegd.
De Hoge Raad stelt vast dat het arrest van 23 december 2008 een provisionele beslissing bevat, namelijk de voorschotbeslissing, die op grond van eerdere jurisprudentie als tussentijds cassatieberoep openstaat. Echter, het cassatieberoep tegen de overige tussenarresten is niet ontvankelijk omdat deze geen voorlopige voorziening zijn in de zin van art. 401a Rv.
De conclusie benadrukt dat het verzoek om een deskundigenbericht niet kan worden omgezet in een zelfstandige vordering om zo het appelregime te omzeilen. Ook wordt besproken dat de kwalificatie van voorschotbeslissingen als provisioneel heroverwogen zou moeten worden vanwege de praktische gevolgen voor de procedure.
Uiteindelijk wordt geconcludeerd dat de man niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep tegen de tussenarresten, behalve voor het deel dat ziet op het voorschot op loon en kosten van de deskundigen.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen de tussenarresten, behalve voor het voorschot op loon en kosten van deskundigen.