ECLI:NL:PHR:2010:BK3377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet bij bijten met zwaar lichamelijk letsel en handhaaft gevangenisstraf
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot verkrachting en medeplegen van poging tot zware mishandeling. Het hof baseerde zijn oordeel mede op de vaststelling dat verdachte het slachtoffer in het gezicht had gebeten, wat ernstige verwondingen en blijvende littekens kan veroorzaken.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het bijten de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel met zich bracht en dat verdachte dit opzet had. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof terecht is uitgegaan van feiten van algemene bekendheid omtrent de gevaren van mensenbeten, waaronder het risico op ernstige infecties en littekenvorming. Het hof mocht daarom concluderen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel heeft aanvaard.
Daarnaast werd de strafoplegging door het hof als passend beoordeeld, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het geweld, de omstandigheden van het misdrijf en de persoonlijke kenmerken van het slachtoffer. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep, waarmee de opgelegde straf van zes jaar gevangenisstraf gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en handhaaft een gevangenisstraf van zes jaar voor poging tot verkrachting en zware mishandeling.