ECLI:NL:PHR:2010:BK3503
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stroomstootwapen als handwapen ondanks defect
In deze zaak stond centraal of een stroomstootwapen dat defect is, toch kan worden aangemerkt als een wapen van categorie II onder 5 van de Wet wapens en munitie (WWM), namelijk een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht. Het Hof had bewezen verklaard dat verdachte op 20 april 2006 te Zeist een dergelijk wapen in bezit had.
Verdachte voerde verweer dat het stroomstootwapen defect was en daardoor niet functioneerde als een wapen waarmee personen weerloos konden worden gemaakt. Dit verweer werd door het Hof verworpen met de motivering dat de omschrijving in de tenlastelegging een algemene typeaanduiding is en niet vereist dat het wapen correct functioneert.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat een defect aan het wapen niet afdoet aan de kwalificatie als handwapen in de zin van de WWM. De aard van het voorwerp is bepalend, niet de werking op het moment van inbeslagname. Het middel van verdachte faalde, en het beroep werd verworpen.
Daarnaast werden andere middelen van cassatie niet-ontvankelijk verklaard omdat zij onvoldoende onderbouwd waren of niet gericht waren tegen de bestreden uitspraak. De straf van drie maanden gevangenisstraf bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor bezit stroomstootwapen ondanks defect, straf van drie maanden gevangenisstraf blijft in stand.