ECLI:NL:PHR:2010:BK8933
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel wegens overschrijding termijn
In deze zaak stond centraal de ontvankelijkheid van het verzet tegen een dwangbevel ex art. 575 Sv Pro. De veroordeelde had bezwaar gemaakt tegen een beslaglegging op haar uitkering, waarbij het bezwaarschrift pas ruim na de wettelijke termijn van zeven dagen na beslaglegging werd ingediend. De rechtbank verklaarde het verzet niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend.
De veroordeelde stelde dat het beslag niet eerder bekend kon zijn en dat het verzet daarom later kon worden ingediend. De Hoge Raad oordeelde echter dat de wettelijke termijn strikt is en dat het verzet binnen zeven dagen na de dag van inbeslagneming moet worden ingediend, ongeacht of de veroordeelde op dat moment al op de hoogte was van het beslag.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat het dwangbevel niet aan de veroordeelde hoeft te worden betekend, maar dat de betekening van het beslagexploot aan de geëxecuteerde binnen acht dagen na beslaglegging voldoende is. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de niet-ontvankelijkheid van het verzet werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zeven dagen na beslaglegging.