ECLI:NL:PHR:2010:BL4178
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onduidelijkheid over bestuurder bij rijden onder invloed
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor rijden onder invloed en rijden zonder geldig rijbewijs. De verdediging voerde aan dat niet duidelijk was wie de bestuurder van de auto was, omdat de processen-verbaal van de verbalisanten onduidelijkheden bevatten. De verdediging verzocht om het horen van de verbalisanten als getuigen, maar het hof wees dit verzoek af op basis van het noodzakelijkheidscriterium, zonder nadere motivering.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het juiste criterium heeft toegepast, maar heeft nagelaten de beslissing voldoende te motiveren. De verdediging stelde dat er een gat in de processen-verbaal zit en dat het niet onomstotelijk vaststaat dat verdachte de bestuurder was. De Hoge Raad acht deze overwegingen begrijpelijk en vindt dat het hof ten onrechte vooruitliep op de inhoud van de getuigenverklaringen.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat de bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid niet kon worden opgelegd voor het tweede feit (overtreding van artikel 107 WVW Pro 1994). De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande dossier.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.