ECLI:NL:PHR:2010:BL6024
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing uitsluitingsclausule aansprakelijkheidsverzekering inzake seksuele gedragingen aan mededingingsrecht en redelijkheid en billijkheid
In deze zaak staat centraal de vraag of een uitsluitingsclausule in een aansprakelijkheidsverzekering, die schade door seksuele gedragingen uitsluit, nietig is wegens strijd met het kartelverbod van artikel 6 lid 1 Mededingingswet Pro. De clausule is gebaseerd op een aanbeveling van het Verbond van Verzekeraars.
De feiten betreffen een verkrachtingszaak waarbij de verzekerde onherroepelijk is veroordeeld. De verzekeraar weigert dekking op grond van de uitsluitingsclausule. De eiseres, als rechtsopvolger van de verzekerde, vordert onder meer nietigheid van de clausule en schadevergoeding. Zowel rechtbank als hof wijzen deze vorderingen af, waarbij het hof bevestigt dat de aanbeveling van het Verbond voldoet aan de voorwaarden voor groepsvrijstelling onder Europese verordeningen en dat de clausule niet in strijd is met mededingingsrecht.
De Hoge Raad behandelt in cassatie de vraag of het hof ten onrechte de clausule niet nietig heeft verklaard en of het beroep op de clausule jegens de eiseres onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de clausule een kernbeding betreft dat niet aan toetsing aan redelijkheid en billijkheid onderhevig is en dat de groepsvrijstelling van toepassing is. Ook is geen onaanvaardbaarheid jegens de eiseres vastgesteld. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de uitsluitingsclausule blijft geldig en het beroep daarop gegrond.