ECLI:NL:PHR:2010:BL8996
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak valsheid in geschrift personeelsopties en vernietiging veroordeling onjuiste belastingaangifte
De zaak betreft een verdachte die als algemeen directeur van een NV werd beschuldigd van valsheid in geschrift door het antedateren van optieovereenkomsten en van het feitelijk leidinggeven aan een onjuiste aangifte loonbelasting door een rechtspersoon.
Het hof sprak de verdachte vrij van valsheid in geschrift omdat het niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat sprake was van opzet of misleiding. De verdachte stelde dat de in januari 1999 opgestelde stukken slechts ter vervanging dienden van eerder opgestelde overeenkomsten uit oktober 1998 zonder wijziging in strekking.
Ten aanzien van de onjuiste aangifte loonbelasting verwierp het hof het verweer van niet-ontvankelijkheid van het OM, maar legde geen straf op. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuiste rechtsopvattingen had bij de toepassing van de inkeerbepaling van art. 69 AWR Pro, waardoor het arrest ten aanzien van dit punt vernietigd werd en de zaak werd terugverwezen.
De Hoge Raad bevestigde dat een vrijspraak geen uitgebreide motivering behoeft en dat het hof niet van grondslag had verlaten. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, wat bij de verdere behandeling in acht genomen moet worden.
Uitkomst: Vrijspraak valsheid in geschrift bevestigd en veroordeling onjuiste belastingaangifte vernietigd met terugverwijzing.