ECLI:NL:PHR:2010:BM4381
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing inzake teruggave inbeslaggenomen auto en verwijst terug naar gerechtshof
In deze zaak ging het om een beklag van klager tegen de beslissing van de rechtbank die het beklag over de teruggave van een onder klager inbeslaggenomen auto ongegrond verklaarde. De auto was op 13 februari 2007 in beslag genomen en de officier van justitie had het voornemen om de auto terug te geven aan een derde.
Klager stelde dat hij te goeder trouw eigenaar was geworden van de auto en dat de teruggave aan die derde onterecht was. De rechtbank oordeelde echter dat niet was komen vast te staan dat de eigendom was overgedragen en verwierp het beklag. De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de auto niet aan klager was teruggegeven, met name omdat de bescherming van de verkrijger te goeder trouw onder bezwarende titel volgens art. 3:86 lid 1 BW Pro niet was betrokken.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van het beklag. De conclusie bevatte ook een toelichting op de ontvankelijkheid van het beklag ondanks de mogelijke teruggave van de auto aan een derde.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling van het beklag over de teruggave van de auto.