ECLI:NL:PHR:2010:BM7501
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens hennepkwekerij ondanks discussie over binnentreden zonder machtiging
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 4 november 2008 de veroordeling van verdachte bevestigd wegens het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en het opgeven van een valse naam aan bevoegde gezagsdragers. De politie trad de woning binnen vanwege wateroverlast, waarbij zij zonder machtiging binnentraden op grond van artikel 2 van Pro de Politiewet ter hulpverlening. Tijdens dit binnentreden werd een hennepplantage ontdekt, waarna een machtiging op grond van de Opiumwet werd verkregen om de woning verder te doorzoeken.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens een onjuiste weergave in het proces-verbaal omtrent de volgorde van binnentreden en machtiging, en dat bewijsuitsluiting moest volgen omdat het bewijs rechtstreeks voortkwam uit een vormverzuim. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de politie aanvankelijk bevoegd was op grond van de Politiewet om binnen te treden en dat de machtiging op grond van de Opiumwet daarna correct werd verkregen.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep niet ontvankelijk is voor zover het zich richt tegen de bevestiging van de veroordeling en wijst het cassatieberoep af. De klachten over de motivering van het hof en de vermeende schending van strafvorderlijke regels slagen niet. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om ambtshalve de uitspraak te vernietigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens overtreding van de Opiumwet wordt bevestigd.