ECLI:NL:PHR:2010:BM8150
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van lasten ter zake van winstrechten aan oprichters en aandeelhouders in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, X1 B.V., stelde lasten ter zake van winstrechten aan haar oprichters en aandeelhouders, X en X-Y, ten laste van haar winst bij de vennootschapsbelasting over 2001. Deze winstrechten waren verbonden aan de overdracht van de economische eigendom van onroerende zaken en gekoppeld aan de resultaten van een onderneming in Denemarken.
De Inspecteur corrigeerde de winst met €10.560, omdat de lasten van deze winstrechten volgens hem niet aftrekbaar waren. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de hoedanigheid van X en X-Y als oprichters en aandeelhouders doorslaggevend was, waardoor de lasten niet ten laste van de winst konden worden gebracht.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof onjuist had geoordeeld, met name omdat de passivering van de winstrechten en activering van de onroerende zaken in stand werd gelaten. De Hoge Raad bevestigde echter de lijn dat aandelen in de winst die toekomen aan oprichters en aandeelhouders als zodanig niet aftrekbaar zijn, omdat zij niet als derden, maar als rechtstreeks belanghebbenden worden beschouwd.
De Hoge Raad benadrukte dat dit oordeel mede gebaseerd is op de feitelijke verhoudingen tussen belanghebbende en de winstgerechtigden en dat het Hof deze maatstaf juist heeft toegepast. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat lasten ter zake van winstrechten aan oprichters en aandeelhouders niet aftrekbaar zijn van de winst.