ECLI:NL:PHR:2010:BN1258
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Termijn voor inschrijving echtscheidingsbeschikking begint na onherroepelijke beslissing appelrechter bij twijfel over ontvankelijkheid
De zaak betreft de vraag wanneer de termijn van zes maanden voor het inschrijven van een echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand aanvangt indien hoger beroep is ingesteld en het hof het beroep niet-ontvankelijk verklaart wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De rechtbank had geoordeeld dat de beschikking pas in kracht van gewijsde was gegaan na het verstrijken van de cassatietermijn tegen de appelbeslissing. Het hof stelde echter vast dat het beroep te laat was ingesteld, waardoor de beschikking al eerder in kracht van gewijsde was gegaan. De man had daarom te laat verzocht tot inschrijving, wat door de ambtenaar werd geweigerd.
De Hoge Raad bevestigt dat in gevallen waarin twijfel bestaat over de ontvankelijkheid van het beroep de termijn voor inschrijving pas begint na de onherroepelijke beslissing van de appelrechter. Dit is een uitzondering op de hoofdregel dat de termijn aanvangt bij het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking. In deze zaak was er echter geen objectief gerechtvaardigde twijfel over de ontvankelijkheid van het beroep, zodat de termijn reeds was verstreken toen het verzoek tot inschrijving werd gedaan.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de ambtenaar terecht de inschrijving heeft geweigerd. De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en een strikte hantering van beroepstermijnen in familierechtelijke procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de termijn voor inschrijving van de echtscheidingsbeschikking is verstreken en de ambtenaar terecht de inschrijving heeft geweigerd.