ECLI:NL:PHR:2010:BN1420
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een werknemer die sinds 1992 werkzaam was in de beveiliging en sinds 2004 arbeidsongeschikt werd. Na diverse re-integratie-inspanningen en een outplacementtraject werd de arbeidsovereenkomst in 2007 beëindigd. De werknemer vorderde loon en een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
Het hof oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege onder meer onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever en het ontbreken van een vergoeding. Het hof paste de kantonrechtersformule toe, verminderd met 30%, om de vergoeding vast te stellen. De Hoge Raad stelt dat het hof onjuist handelde door het ontbreken van een vergoeding als vuistregel te beschouwen voor kennelijke onredelijkheid en dat de generieke korting van 30% onrechtmatig is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling. Tevens wijst de Hoge Raad erop dat partijen niet met vrucht kunnen klagen over de toepassing van de kantonrechtersformule als zij deze zelf hebben bepleit. De zaak bevat uitgebreide overwegingen over re-integratie, arbeidsongeschiktheid, overgang van onderneming en de toepassing van de kantonrechtersformule bij kennelijk onredelijk ontslag.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.