ECLI:NL:HR:2004:AO8390
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafmotivering bij overdracht tenuitvoerlegging Opiumwetdelict
De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Alkmaar inzake de overdracht van de tenuitvoerlegging van een Deense straf voor een Opiumwetdelict. De veroordeelde was in Denemarken veroordeeld tot zeven jaar en zes maanden gevangenisstraf voor het invoeren van 1 kilogram cocaïne en 10.221 xtc-pillen, met een levenslang verblijfsverbod in Denemarken.
De Nederlandse rechtbank legde een gevangenisstraf op van 67 maanden en vijftien dagen, waarbij rekening werd gehouden met de Nederlandse regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling en de ernst van het feit volgens Nederlandse maatstaven. De rechtbank motiveerde dat de straf in Nederland feitelijk gelijkwaardig is aan de Deense straf, mede gelet op de verschillen in voorwaarden voor vervroegde vrijlating.
De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van de straf binnen de wettelijke kaders van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen valt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de rechtbank terecht een straf heeft opgelegd die de duur van de vrijheidsbeneming in Nederland gelijkstelt aan die in Denemarken, zonder de opgelegde sanctie te overschrijden.
De Hoge Raad benadrukte dat bij strafoplegging rekening moet worden gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd, de persoon van de dader en internationale gevoeligheden. Het beroep werd verworpen en het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 8 juni 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de strafoplegging van 67 maanden en vijftien dagen gevangenisstraf.