ECLI:NL:PHR:2010:BN7725
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens medeplegen voorhanden hebben vuurwapen wegens onvoldoende bewijs nauwe samenwerking
In deze zaak stond verdachte terecht voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie van categorie III. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte samen met een ander gedurende korte tijd een omgebouwd alarmpistool en bijbehorende munitie in bezit had. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van verdachte en haar vriend, die het wapen had aangeschaft, en DNA-onderzoek.
Verdachte had verklaard het wapen kortstondig vastgehouden te hebben in de auto van haar vriend, die haar had opgehaald nadat hij het wapen in Rotterdam had gekocht. Het hof concludeerde dat verdachte zich bewust was geweest van het wapen en gedurende korte tijd mede de beschikkingsmacht had gehad, en dat sprake was van bewuste en nauwe samenwerking (medeplegen).
De Hoge Raad oordeelde echter dat het enkel vasthouden van het wapen onder toezicht van de eigenaar niet voldoende is om te spreken van voorhanden hebben in de zin van artikel 26 WWM Pro, omdat verdachte geen macht van betekenis over het wapen had. Ook ontbrak een voldoende gemotiveerde onderbouwing voor het oordeel dat sprake was van medeplegen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het betrekking had op het bewezenverklaarde en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.