1 Ik ga hierbij uit van de feitenvaststelling in het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 februari 2009 in het opheffingskortgeding met nr. 153131/KG ZA 09-5, onder 2.1 t/m 2.10, zoals in appel bekrachtigd in het arrest van het hof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden van 12 mei 2009 onder 7-10, nu het hof in de thans bestreden beschikking in rov. 6 de overwegingen uit laatstgenoemd arrest heeft overgenomen. In de onderhavige zaak zijn noch door de rechtbank noch door het hof (opnieuw) feiten vastgesteld.
2 Voor zover thans (zie hierna noot 5) van belang.
3 HR 11 juli 2008, LJN BD0663 (NJ 2009, 454 m.nt. De Boer).
4 Blijkens de brief van mr. Bonapart van 10 december 2008 is dit beslag door tijdsverloop komen te vervallen, nu niet tijdig een eis in de hoofdzaak werd ingediend (A-dossier, stuk 5, p. 3).
5 Daarnaast is verlof gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag op de woning en op alle gelden en geldswaarden die de Fortis Bank voor [verweerder] en zijn echtgenote hield. Zie over het verdere verloop daarvan hetgeen de voorzieningenrechter in zijn in noot 1 genoemde vonnis onder 2.7-2.9 heeft vastgesteld.
6 Hetgeen als een verschrijving wordt beoordeeld, zie rov. 2 van de bestreden beschikking.
7 Het verzoekschrift tot cassatie is ingekomen op 11 september 2009.
8 Het A-dossier bevat enkele niet geheel geschoonde documenten; in het B-dossier ontbreekt het verweerschrift in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.
9 Zie over de vereiste belangenafweging Parl. Gesch. Wijziging Rv. e.a.w. (Inv. 3, 5 en 6), p. 314; HR 14 juni 1996, LJN ZC2105 (NJ 1997, 481 m.nt. Snijders); HR 13 juni 2003, LJN AF5529 (NJ 2005, 77); HR 25 november 2005, LJN AT9060 (NJ 2006, 148 m.nt. Rutgers) en HR 30 juni 2006, LJN AV1559 (NJ 2007, 483 m.nt. Snijders).
10 Vzr. Rb Zwolle-Lelystad, 11 februari 2009, rov. 4.4, 3e alinea.
11 Zie HR 27 januari 1995, LJN ZC1628 (NJ 1995, 669 m.nt. J.H. Spoor); MvT, Parl. Gesch. Inv. Rv., p. 310; MvA TK(1981), PG Bewijsrecht, 1988, p. 122; L.P. Broekveldt, Derdenbeslag, diss. 2003, Kluwer, p. 676; M. Meijsen en A.W. Jongbloed, Conservatoir beslag in Nederland, Research Memoranda 2010/2, p. 44; G.R. Rutgers in zijn noot bij HR 25 november 2005, LJN AT9060 (NJ 2006, 148), onder 7; A-G Vranken in zijn conclusie vóór HR 21 februari 1997, LJN AD2695 (NJ 1997, 347), onder 21; B.F.M. Bos en A.A. Hartman, Het opheffen van conservatoire beslagen, een reactie, NJB 1983/34, p. 1116.
12 H. Oudelaar, Recht halen, Kluwer, 2000, p. 138-139.
13 MvA I Inv., Parl. Gesch. Inv. Rv., p. 314-315; HR 14 juni 1996, LJN ZC2105 (NJ 1997, 481); zie ook A-G Verkade in zijn conclusie vóór HR 13 juni 2003, LJN AF5529 (NJ 2005, 77), onder 4.10-4.13 en aldaar genoemde literatuur en jurisprudentie.
14 A-G Langemeijer in zijn conclusie vóór HR 20 maart 1959, NJ 1959, 246.
15 Verweerschrift tegen beslagrekest van 4 december 2008, §2; pleitnotitie mr. S. Kousedghi van 8 december 2008, onder 6-13; brief mr. S. Kousedghi aan de rechtbank van 17 december 2008, p. 1-2; verweerschrift in appel tevens houdende incidenteel appel van 7 april 2009, onder 3.10-3.23; aantekening mr. S. Kousedghi voor de mondelinge behandeling van 22 mei 2009, onder 3-6.