ECLI:NL:PHR:2010:BN8234
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek aanschafkosten auto bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage de veroordeelde opgelegd tot betaling van €6.049,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel. De veroordeelde stelde in cassatie dat het hof ten onrechte een langere periode van drugshandel heeft gehanteerd dan bewezen verklaard en dat de waarde van een verbeurd verklaarde personenauto als kostenpost in mindering had moeten worden gebracht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft aangenomen dat de periode van circa één jaar drugshandel gegrond is op de strafmotivering van de rechtbank, ondanks dat de bewezenverklaring formeel slechts twaalf dagen beslaat. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet worden getoetst.
Ten aanzien van de auto overweegt de Hoge Raad dat de verdediging onvoldoende heeft onderbouwd dat de aanschafkosten van de auto in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict. Het gebruik van de auto voor de drugshandel is onvoldoende om de aanschafkosten als kostenpost af te trekken. Daarom is het oordeel van het hof dat geen aftrek van deze kosten plaatsvindt niet onbegrijpelijk.
De middelen falen en het cassatieberoep wordt verworpen. De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof en de ontnemingsmaatregel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van €6.049,- blijft gehandhaafd.