ECLI:NL:PHR:2011:BN8724
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de Nederlandse Successiewet en het Besluit voorkoming dubbele belasting inzake aandelen in onroerendezaaklichaam en EU-recht
Belanghebbende, erfgenaam van een in België woonachtige erflater met Nederlandse nationaliteit, stelde beroep in tegen de weigering van de Nederlandse belastingdienst om volledige voorkoming van dubbele belasting te verlenen over aandelen in een Nederlandse onroerendezaaklichaam. De aandelen werden zowel in België als Nederland belast, waarbij België deze als roerend vermogen kwalificeerde en Nederland als fictief onroerend goed.
De Rechtbank oordeelde dat de Nederlandse woonplaatsfictie en de heffing op aandelen in onroerendezaaklichamen niet in strijd zijn met het gemeenschapsrecht, mede omdat er geen harmonisatie bestaat en lidstaten een zekere autonomie hebben. De Hoge Raad toetste in cassatie of deze regeling het vrije kapitaalverkeer volgens artikel 56 EG Pro-Verdrag beperkt.
Uit jurisprudentie van het HvJ EG blijkt dat successies kapitaalverkeer vormen en dat nationale maatregelen die leiden tot waardevermindering van nalatenschappen van niet-ingezetenen een beperking kunnen vormen. Echter, de Nederlandse regeling leidt niet tot ongelijke behandeling tussen ingezetenen en niet-ingezetenen en is spiegelbeeldig afgestemd op buitenlandse belastingplicht. De discrepantie tussen de kwalificatie van aandelen in onroerendezaaklichamen door Nederland en België kan alleen door harmonisatie of verdragen worden opgelost.
De Hoge Raad concludeert dat de Nederlandse regeling niet in strijd is met het EU-recht en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak bevestigt het belang van het situsbeginsel en de autonomie van lidstaten in successierecht zonder harmonisatie, ondanks mogelijke dubbele belasting in grensoverschrijdende situaties.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de Nederlandse regeling wordt niet in strijd geacht met het EU-recht.