ECLI:NL:PHR:2011:BO6690
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens strijd met art. 14a Sr en verwijst zaak terug
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van mensensmokkel en witwassen, met een gevangenisstraf van 46 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Het hof baseerde zijn oordeel mede op tapgesprekken en verklaringen waaruit bleek dat verdachte een bedrag van €46.070 bij zich had waarvan werd vastgesteld dat het afkomstig was uit enig misdrijf.
Verdachte voerde aan dat het geld niet van misdrijf afkomstig was en dat het gebruikt zou worden voor het opzetten van een nieuwe zaak. Hij verklaarde dat het geld deels van hemzelf was en deels geleend van derden. Het hof oordeelde echter dat de bewijsmiddelen, waaronder afgeluisterde telefoongesprekken en tegenstrijdige verklaringen over geldleningen, wezen op witwassen en dat verdachte het geld buiten het zicht van fiscus en justitie wilde houden.
De raadsman van verdachte stelde cassatieberoep in met klachten over de bewijsvoering en motivering van het hof. De Hoge Raad concludeerde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat het geld uit een misdrijf afkomstig was en het verweer van verdachte terecht had verworpen.
Ambtshalve stelde de Hoge Raad vast dat de strafoplegging in strijd was met art. 14a Sr zoals dat gold tot 1 februari 2006, en dat de redelijke termijn was overschreden, wat strafvermindering zou rechtvaardigen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting, met verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens strijd met art. 14a Sr en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.