ECLI:NL:PHR:2011:BO9557
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onteigende grond en aanvullende schadevergoeding bij non usus volgens art. 61 Onteigeningswet
Deze zaak betreft een vordering tot teruggave van onteigende grond dan wel aanvullende schadevergoeding wegens non usus, gebaseerd op artikel 61 van Pro de Onteigeningswet (Ow). De eiseres vorderde teruglevering van grond die door de gemeente was onteigend ten behoeve van de Staat, die de grond vervolgens verkreeg. De Rechtbank en het Hof oordeelden dat binnen drie jaar na onherroepelijkheid van het onteigeningsvonnis geen materiële werkzaamheden waren verricht die gericht waren op de realisatie van de bestemming waarvoor was onteigend.
De Hoge Raad bevestigt dat de vordering tot teruglevering ex art. 61 Ow Pro alleen kan worden ingesteld tegen de onteigenende partij, hier de gemeente, en niet tegen de Staat die de grond heeft verkregen. Vereenzelviging van de gemeente en de Staat is slechts mogelijk onder zeer bijzondere omstandigheden, die in deze zaak niet aanwezig zijn. Het Hof oordeelde terecht dat voorbereidende werkzaamheden, zoals landmeetkundig onderzoek en bodemonderzoek, niet kwalificeren als materiële werkzaamheden gericht op de realisatie van het werk.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de Staat en de gemeente onrechtmatig hebben gehandeld door de grond vlak voor het verstrijken van de termijn over te dragen aan de Staat, waardoor de eiseres haar terugvorderingsrecht verloor. Dit leidt tot aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW Pro jegens de eiseres, die daardoor schade heeft geleden. De rechtbank acht teruglevering onder terugbetaling van de schadeloosstelling een passende schadevergoeding.
De Hoge Raad bevestigt dat het belang van de onteigende bij terugvordering in beginsel gegeven is en dat het aan de onteigenaar is om aan te tonen dat een reëel belang ontbreekt. Het oordeel dat de aanvullende schadeloosstelling alleen jegens de onteigenende partij kan worden gevorderd wordt bevestigd. De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en de verhouding tussen materiële en voorbereidende werkzaamheden in het kader van art. 61 Ow Pro.
Uitkomst: Vordering tot teruglevering kan alleen tegen de onteigenende partij worden ingesteld; onrechtmatig handelen van gemeente en Staat leidt tot schadevergoeding aan eiseres.