ECLI:NL:HR:1967:AC4789
Hoge Raad
- Cassatie
- de Jong
- Wiarda
- Dubbink
- Loeff
- Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door profijt nemen van wanprestatie bij schenking onroerend goed
In deze zaak stond centraal of eiser onrechtmatig had gehandeld door een schenking van onroerend goed te aanvaarden, terwijl hij op de hoogte was van een koopoptie die verweerder op dat goed had. Verweerder was pachter van aangrenzende grond en had een optie om het onroerend goed te kopen na overlijden van de langstlevende verpachter en diens zusters.
Eiser, die executeur-testamentair was en het vermogen van de schenker beheerde, had het goed geschonken gekregen ondanks de optie van verweerder. Verweerder vorderde in kort geding een verbod op vervreemding van het goed door eiser, omdat anders zijn kooprecht zou worden gefrustreerd.
De President van de rechtbank wees de voorziening af, maar het hof oordeelde dat eiser onrechtmatig had gehandeld door van de wanprestatie gebruik te maken en bevestigde het verbod op vervreemding. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser, bevestigde het oordeel van het hof en stelde dat eiser onrechtmatig handelde door de schenking te aanvaarden terwijl hij wist van de optie, en dat vervreemding zonder rechterlijke beslissing onrechtmatig is.
De Hoge Raad benadrukte dat het gebruik maken van andermans wanprestatie niet altijd onrechtmatig is, maar in deze omstandigheden met de vertrouwenspositie van eiser en de leeftijd van de schenker wel. Tevens werd bevestigd dat de koopoptie niet nietig is en dat de vordering tot overdracht van het goed aan verweerder een passende schadevergoeding kan zijn.
Uitkomst: Eiser is verboden het onroerend goed te vervreemden totdat de hoofdzaak is beslist en veroordeeld tot betaling van een dwangsom.