ECLI:NL:GHARN:2007:AZ9810
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Valk
- Van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullende schadeloosstelling bij ontijdige onteigening en terugvordering grond
In deze civiele procedure gaat het om de uitvoering van een tussenarrest waarbij appellant zich heeft uitgelaten over zijn vordering tot terugvordering van onteigende gronden. Het hof stelt vast dat een deel van de gronden, behorende bij kantoren, inmiddels is verkocht aan een derde, waardoor terugvordering daarvan niet mogelijk is. Hierdoor faalt de primaire vordering van appellant.
Het geschil richt zich vervolgens op de subsidiaire vordering tot toekenning van een aanvullende schadeloosstelling boven de reeds ontvangen vergoeding. Het hof overweegt dat artikel 61 van Pro de Onteigeningswet bescherming biedt tegen ontijdige onteigening en dat de aanvullende schadeloosstelling moet worden gebaseerd op de waardestijging van de gronden in de periode van vertraging. Daarbij wordt als peildatum gekozen één jaar vóór de feitelijke aanvang van de wegverbinding.
Verder worden posten als herbeleggingskosten en vergoeding voor tijdsbeslag, hinder en ergernis meegenomen in de billijke schadeloosstelling. Partijen krijgen de gelegenheid om deskundigen voor te dragen en vragen aan hen te stellen. De zaak wordt aangehouden voor nadere beoordeling na deskundigenbericht. Proceskosten worden niet als vergoeding toegekend. Het hof verwijst de zaak naar de rol en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De primaire vordering tot terugvordering van alle gronden wordt afgewezen, de subsidiaire vordering tot aanvullende schadeloosstelling wordt in behandeling genomen en de zaak aangehouden voor deskundigenbericht.