ECLI:NL:GHARN:2005:AT8964
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Valk
- Van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake terugvordering onteigende percelen na aanleg weg en toepassing art. 61 Onteigeningswet
In deze civiele zaak gaat het om de terugvordering van onteigende percelen door appellant op grond van artikel 61 van Pro de Onteigeningswet, na aanleg van een weg door de provincie en gemeente. De Hoge Raad had het eerdere arrest vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De feiten betreffen een landgoed van circa 12 hectare dat in 1979 onteigend werd voor een weggedeelte, met bijkomende aankoop van 4 hectare randpercelen in 1985. Na vertragingen en een versoberde uitvoering van de weg in 2000, is het onteigende inmiddels in gebruik en planologisch vastgelegd.
Het hof oordeelt dat de materiële werkzaamheden meer dan drie jaar stil hebben gelegen en dat appellant niet heeft afgezien van zijn terugvorderingsrecht, ondanks verkoop van randpercelen. Het hof verwerpt de verweren van provincie en gemeente over rechtsverwerking en misbruik van bevoegdheid. Wel stelt het hof dat appellant zijn concrete belang bij eigendomsherstel onvoldoende heeft toegelicht, gezien de huidige situatie en mogelijke hernieuwde onteigening.
Het hof geeft appellant gelegenheid om dit belang nader te specificeren en verwijst de zaak naar de rol voor verdere behandeling. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor nadere specificatie van het belang van appellant bij terugvordering van de percelen.