ECLI:NL:PHR:2011:BO9624
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep wegens kennelijk onredelijk ontslag bij reorganisatie
De zaak betreft het beroep in cassatie van een werknemer tegen het arrest van het Hof Arnhem van 17 november 2009, waarin het ontslag van de werknemer door Stork wegens bedrijfseconomische redenen werd beoordeeld. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was op grond van een voorgewende reden en onvoldoende voorzieningen, en voerde onder meer aan dat het hof ten onrechte bewijsaanbod had gepasseerd en onvoldoende rekening had gehouden met zijn beperkingen bij de bemiddeling.
Het hof had geoordeeld dat de werknemer op het moment van ontslag arbeidsgeschikt was voor zijn functie Project Engineer, dat de functie niet wezenlijk was gewijzigd, en dat er geen voorgewende reden was. Tevens oordeelde het hof dat de door Stork getroffen voorzieningen, waaronder het Sociaal Kader en de keuze voor bemiddeling via Metalektro, toereikend waren en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. Het bewijsaanbod om getuigen te horen over het voortbestaan van werkzaamheden en de bemiddeling werd als niet ter zake dienend of te laat verworpen.
In cassatie wordt het oordeel van het hof over de arbeidsgeschiktheid en functie niet bestreden. De Hoge Raad bevestigt dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd, dat de bewijsaanbodpassering niet onjuist is, en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom geen extra onderzoek nodig was gezien de arbeidsgeschiktheidsverklaring en de eigen keuze van de werknemer voor bemiddeling. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag wordt niet als kennelijk onredelijk beoordeeld.