ECLI:NL:PHR:2011:BP1411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht bij wijziging kinderalimentatie op grond van onvolledige gegevens
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie op grond van artikel 1:401 lid 4 BW Pro, waarbij de vrouw een verhoging van de alimentatie vorderde. De rechtbank had eerder vastgesteld dat de man een bijdrage van €300 per kind per maand moest betalen. De man stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom zijn draagkracht werd aangenomen, mede vanwege onvolledige financiële stukken, waaronder ontbrekende gegevens over zijn patisserie.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende controleerbare bescheiden had overgelegd en dat zijn stellingen onvoldoende waren om aan te tonen dat hij niet over voldoende draagkracht beschikte. Het hof ging uit van een gemiddeld bruto jaarinkomen van €26.183 uit de vof exclusief de patisserie en verwierp de stellingen van de vrouw over de draagkracht van de man niet.
De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht aannam dat de man over voldoende draagkracht beschikte, mede omdat hij geen volledige financiële gegevens had verstrekt. De motiveringsklachten van de man faalden, omdat het hof niet verplicht was nader te motiveren welke gegevens bij de draagkrachtberekening waren betrokken in een situatie van onvolledige gegevens. Ook werd verduidelijkt dat draagkracht een ruimer begrip is dan het netto overhouden na aftrek van bestaande verplichtingen.
Het cassatieberoep werd verworpen zonder dat beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzakelijk was. De beschikking van het hof, die de alimentatieverplichting van de man bekrachtigde, bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.