ECLI:NL:PHR:2011:BP2428
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het Landelijk Aanhoudingsprotocol en aanhoudingsverzoek in strafzaak met afwezigheid verdachte
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte niet ter terechtzitting verscheen en het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak werd afgewezen. De raadsman van de verdachte was eveneens niet aanwezig en had verzuimd om voorafgaand aan de zitting te controleren of een aanhoudingsverzoek was ingediend.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het Landelijk Aanhoudingsprotocol, vastgesteld door het Landelijk Overleg Voorzitters Strafsectoren (LOVS), geen recht vormt in de zin van artikel 79 van Pro het Wetboek van Strafvordering en dat het hof de afwijzing van het aanhoudingsverzoek voldoende heeft gemotiveerd. Het telefonisch ingediende verzoek tot aanhouding werd door het hof in overweging genomen, maar afgewezen vanwege het belang van een spoedige berechting en het ontbreken van een schriftelijk verzoek.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat een niet-gemachtigde raadsman die niet ter terechtzitting verschijnt, slechts beperkt bevoegd is om het woord te voeren, namelijk ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoek om aanhouding. Het hof mocht de beslissing tot verstekverlening baseren op het telefonisch gevoerde woord van de raadsman. De middelen van cassatie worden verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens afwezigheid van de verdachte en afwijzing van het aanhoudingsverzoek.