Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten
communicatie- en industriële automatiseringsinstallatiebedrijf:
elektrotechnisch wikkelbedrijf:
elektrotechnisch reparatiebedrijf:
Verplichte regelingen Metaal en Techniek
Nieuw werkingssfeeronderzoek
3.Het procesverloop
“Onder ‘werkgever in de Metaal en Techniek’ wordt in deze CAO verstaan de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in artikel 3 genoemde Pro takken van bedrijf (binnen de Metaal en Techniek), groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden zoals uitgeoefend in enige andere afzonderlijke bedrijfstak (buiten de Metaal en Techniek), blijvende bij de hier voren omschreven vergelijking de economische functie van elk der werkzaamheden buiten beschouwing”.Het hoofdzakelijkheidscriterium brengt dus mee dat moet worden gekeken naar de door de betrokken medewerkers bestede arbeidsuren – het aantal betrokken fte's – en niet de met de activiteiten behaalde omzet. Aldus moet ook het hoofdzakelijkheidscriterium in de Verplichtstellingsbeschikking Wet Bpf 2000 voor de Metaal en Techniek worden verstaan.
4.De bespreking van het cassatiemiddel
Verplichtstellingsbeschikkingverstaan de werkgever bij wie
uitsluitend of in de hoofdzaak een of meer van de hiervoor in de artikelen 1 t/m 17 genoemde werkzaamheden worden uitgeoefend, dat wil zeggen de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in artikelen 1 t/m 17 genoemde bedrijfstakken (binnen de Metaal en Techniek), groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijn werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden zoals uitgeoefend in enige andere afzonderlijke bedrijfstak (buiten de Metaal en Techniek), blijvende bij de hier voren omschreven vergelijking de economische functie van elk der werkzaamheden buiten beschouwing.
NJ2014/102 (PME/Adimec)), acht worden geslagen op de kern van de ondernemingsactiviteiten. Uit het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2012, (ECLI:NL:HR:2012:BU9889,
NJ2012/142 (ROM & PME/Vector)) volgt dat werkzaamheden die bijdragen (ondersteunend zijn) aan de hoofdactiviteit relevant zijn voor de toepassing van het hoofdzakelijkheidscriterium en daaraan toegerekend mogen worden.
“Onder ‘werkgever in de Metaal en Techniek’ wordt in deze cao verstaan de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in artikel 3 genoemde Pro takken van bedrijf (binnen de Metaal en Techniek), groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden zoals uitgeoefend in enige andere afzonderlijke bedrijfstak (buiten de Metaal en Techniek) (…)”. Unis TS betoogt dat het woord ‘die’ in het eerste gedeelte van de zin kan terugverwijzen naar ‘arbeidsuren’, wat volgens Unis TS tot gevolg heeft dat moet worden gekeken naar het aantal arbeidsuren dat daadwerkelijk wordt besteed aan werkzaamheden in de Metaal en Techniek. In het geval het woord ‘die’ zou terugverwijzen naar (het aantal) arbeidsuren dan ontstaat er een zin die taalkundig niet klopt. Het is immers niet ‘het aantal arbeidsuren
diebetrokken is bij de werkzaamheden (…)’ maar ‘het aantal arbeidsuren
datbetrokken is bij de werkzaamheden (…)’.
NJ2014/102 (ROM en PME/Adimec) dringt zich hier op. In dat arrest draaide het, net als in de onderhavige zaak het geval is, om de vraag of Adimec met haar bedrijfsactiviteiten onder de werkingssfeer van de algemeen verbindend verklaarde cao en de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds viel. Het geval spitste zich toe op de vraag of de assemblage van camera’s – een fase van de productie die kon worden aangemerkt als het be- en/of verwerken van metalen in de zin van de cao voor de Metalektro – ondergeschikt was aan het ontwerpen en ontwikkelen van de camera’s, welke laatste activiteiten betroffen die niet onder de cao voor de Metalektro vielen. De Hoge Raad oordeelde op grond van de feiten en omstandigheden die door het hof waren vastgesteld dat de assemblage uitsluitend plaatsvond als een uitvloeisel van het ontwerpen en het ontwikkelen van de camera’s en dat de assemblage daarmee ondergeschikt was aan de ontwerp- en ontwikkelactiviteiten van Adimec. Dat het hof in het hier ter beoordeling voorliggende geval tot de conclusie is gekomen dat de test- en analysewerkzaamheden feitelijk het zwaartepunt van de ondernemingsactiviteiten van Unis TS vormen is gelet op de door hem vastgestelde feiten en omstandigheden geenszins onbegrijpelijk. Ook kan van dit oordeel niet gezegd worden dat het onvoldoende is gemotiveerd het hof in rov. 3.4 t/m 3.6 duidelijk en goed onderbouwd uiteen heeft gezet waarom de reparatie-, onderhouds- en herstelwerkzaamheden als losstaand moeten worden gezien van het testen en analyseren van de printplaten. De klachten van het subonderdeel die hierop gericht zijn falen.