ECLI:NL:PHR:2011:BP8497
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid doorzoeking op basis van betrouwbare anonieme CIE-informatie
In deze zaak stond de rechtmatigheid van een doorzoeking centraal die was uitgevoerd op basis van anonieme informatie verstrekt aan de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). De verdachte was veroordeeld voor overtredingen van de Wet wapens en munitie, maar stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond ten tijde van de doorzoeking.
De Hoge Raad overwoog dat anonieme informatie, mits betrouwbaar geacht, als basis kan dienen voor een redelijk vermoeden en daarmee voor een doorzoeking. De rechter-commissaris heeft op grond van artikel 110 Sv Pro de bevoegdheid om een woning en bijbehorende voertuigen te doorzoeken ter inbeslagneming. De feitenrechter mag deze beslissing slechts marginaal toetsen, waarbij het hof in dit geval oordeelde dat de rechter-commissaris in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen.
De Hoge Raad benadrukte dat de toetsing door de feitenrechter ex nunc dient te geschieden, waarbij rekening wordt gehouden met de feiten die op dat moment bekend zijn. De betrouwbaarheid van CIE-informatie staat gelijk aan die van Meld Misdaad Anoniem-informatie, mits verificatie heeft plaatsgevonden. Ondanks het feit dat het hier niet ging om verdenking op grond van de Wet wapens en munitie, achtte de Hoge Raad de doorzoeking rechtmatig op basis van de betrouwbare CIE-informatie.
Het middel van cassatie faalde, omdat het hof voldoende aanknopingspunten bood voor een integrale beoordeling van de rechtmatigheid. Er werden geen ambtshalve gronden gevonden om de beslissing te vernietigen. De conclusie van de advocaat-generaal was dan ook om het beroep te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de doorzoeking op basis van betrouwbare anonieme CIE-informatie en verwerpt het cassatieberoep.