ECLI:NL:PHR:2011:BQ4173
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verlaging partneralimentatie na wijzigingsverzoek door alimentatieplichtige
In deze zaak verzocht de man, alimentatieplichtige, op grond van artikel 1:401 BW Pro om wijziging van de partneralimentatie die in 2007 was vastgesteld bij echtscheidingsbeschikking. De oorspronkelijke alimentatie bedroeg circa € 2.000 per maand, later aangepast naar € 1.982,64. De man stelde dat zijn inkomen was gedaald en lasten waren gestegen, terwijl de vrouw meer middelen had dan bij de oorspronkelijke vaststelling.
De rechtbank in eerste aanleg oordeelde dat er geen voldoende wijziging in draagkracht en behoefte was om de alimentatie te wijzigen. Het hof stelde echter vast dat het beroepschrift van de man onduidelijk was, maar beoordeelde het hoger beroep toch inhoudelijk en kwam tot een aanzienlijke verlaging van de partneralimentatie naar € 814 per maand vanaf 1 januari 2008.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht bepaalde klachten uit het beroepschrift als onvoldoende duidelijk heeft aangemerkt, maar ook de voldoende duidelijke klachten inhoudelijk heeft beoordeeld. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het hofarrest.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verlaging van de partneralimentatie naar € 814 per maand.