ECLI:NL:PHR:2011:BQ5068
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst en non-conformiteit bij overdracht notarispraktijk met goodwill
In deze zaak gaat het om de overdracht van een notarispraktijk inclusief goodwill, waarbij eiseressen tot cassatie (IJsseloevers) de koopovereenkomst deels willen ontbinden wegens non-conformiteit van de goodwill en daarnaast schadevergoeding vorderen op grond van dwaling, bedrog en onrechtmatig handelen.
De Hoge Raad stelt allereerst vast dat het leerstuk van non-conformiteit ook van toepassing kan zijn op de goodwill van een onderneming, ondanks dat goodwill geen zaak of vermogensrecht is in de zin van Boek 7 BW. De praktijk wordt opgevat als een algemeenheid van goederen, waarbinnen de goodwill een kwaliteit of hoedanigheid vormt die kan afwijken van de verwachtingen van koper.
Vervolgens oordeelt de Hoge Raad dat het verzoek tot wijziging van de gevolgen van de overeenkomst op grond van artikel 6:230 lid 2 BW Pro niet kan worden toegewezen indien de rechtsvordering tot vernietiging wegens dwaling of bedrog is verjaard. De Hoge Raad bevestigt dat de verjaringstermijn is aangevangen op het moment dat eiseressen daadwerkelijk bekend waren met de feiten en omstandigheden, wat het hof terecht heeft vastgesteld op basis van een brief van 28 december 2004.
Ten slotte wijst de Hoge Raad het beroep op onrechtmatig handelen af en bevestigt het arrest van het hof in zoverre dat de vorderingen van IJsseloevers worden afgewezen. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard voor zover het betreft de uitleg van het toepassingsgebied van artikel 7:17 BW Pro, maar dit leidt niet tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding worden afgewezen, met bevestiging dat non-conformiteit ook op goodwill kan zien.