ECLI:NL:PHR:2011:BQ7762
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het begrip 'coming directly' in artikel 31 Vluchtelingenverdrag bij langdurig verblijf in transitland
In deze zaak staat centraal of een asielzoeker die tien maanden in Griekenland verbleef alvorens Nederland binnen te komen, kan worden aangemerkt als 'coming directly' uit een land waar zijn leven of vrijheid werd bedreigd, zoals vereist in artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag.
De verdachte vluchtte uit Irak en verbleef tien maanden in Griekenland, waarvan vier maanden in detentie, zonder daar asiel aan te vragen omdat dit volgens hem zinloos was. Bij aankomst in Nederland vroeg hij binnen 48 uur asiel aan. Het hof oordeelde dat het verblijf van tien maanden in Griekenland te lang was om te spreken van 'coming directly' en dat niet was gebleken dat de verdachte in Griekenland geen asiel kon aanvragen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie en internationale richtlijnen die stellen dat een kort verblijf in een transitland niet aan het vereiste van 'coming directly' in de weg staat, maar dat tien maanden niet als kort kan worden beschouwd. Ook is Griekenland een veilig land dat het Vluchtelingenverdrag heeft ondertekend, en er is geen bewijs dat het asielbeleid van Griekenland voor de verdachte ontoereikend was.
Daarom was het hof niet verplicht te onderzoeken of de asielaanvraag in Nederland te goeder trouw was gedaan. Het middel van de verdachte wordt verworpen en de veroordeling wegens het bezit van een vervalst reisdocument blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de verdachte niet 'coming directly' was aangekomen, waardoor artikel 31 Vluchtelingenverdrag niet van toepassing was.