ECLI:NL:HR:2011:BO1587
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag bij gebruik vals paspoort
De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd wegens het gebruik van een niet op haar naam gesteld Nederlands paspoort bij uitreis uit Nederland. De verdediging voerde aan dat de verdachte op grond van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag niet vervolgd mocht worden omdat Nederland slechts een doorreisland was.
Het hof verwierp dit verweer omdat het aannam dat de verdachte vóór haar komst naar Nederland in een veilig derde land had verbleven, gebaseerd op haar verklaring dat zij in Soedan was opgestegen en vervolgens in Europa was uitgestapt, waarna zij een treinreis van 3 à 4 uur maakte naar Nederland. Het hof concludeerde dat daardoor geen sprake was van 'coming directly' zoals bedoeld in artikel 31 Vluchtelingenverdrag Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd indien het verblijf in een derde land automatisch uitsluit dat sprake is van 'coming directly'. Ook is onvoldoende vastgesteld hoe lang het verblijf in het derde land was. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering over toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag.