ECLI:NL:PHR:2011:BR6602

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03491 P
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 36e SrArt. 511i Sv
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in ontnemingszaak bij vernietiging strafzaak

Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde vast op €63.703,76 en legde hem de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. De veroordeelde stelde cassatie in tegen het ontnemingsarrest met het middel dat dit arrest vernietigd moet worden indien het strafarrest dat daaraan ten grondslag ligt wordt vernietigd.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de veroordeelde geen belang heeft bij het cassatieberoep in de ontnemingszaak wanneer het strafarrest wordt vernietigd, omdat de uitspraak op de vordering tot ontneming dan van rechtswege vervalt. Dit volgt uit artikel 511i Sv en eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.

Daarom wordt geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn cassatieberoep tegen het ontnemingsarrest. De conclusie is gebaseerd op eerdere arresten waarin is bepaald dat vernietiging van het strafarrest geen grond is om ambtshalve het ontnemingsarrest te vernietigen.

Uitkomst: De veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen het ontnemingsarrest.

Conclusie

Nr. 09/03491 P
Mr. Vellinga
Zitting: 30 augustus 2011
Conclusie inzake:
[Veroordeelde = betrokkene]
1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft het door de veroordeelde uit 1. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" verkregen voordeel vastgesteld op € 63.703,76 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 63.703,76.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/03491P, 09/03490 en 09/03107. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens veroordeelde heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel strekt ten betoge dat het arrest van het Hof in de ontnemingszaak moet worden vernietigd wanneer het arrest in de strafzaak dat aan de ontnemingszaak ten grondslag ligt wordt vernietigd.
5. Art. 511i Sv luidt:
"Een uitspraak op de vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht vervalt van rechtswege, doordat de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte, als bedoeld in artikel 36e, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat."
6. Dit betekent dat enig belang van de veroordeelde bij het cassatieberoep ontbreekt en de veroordeelde dus niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.(1)
7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie HR 14 april 1998, NJ 1999, 75 (HR ziet in vernietiging arrest in strafzaak geen grond ambtshalve de uitspraak in de ontnemingszaak te vernietigen) en HR 17 februari 2004, LJN AO1401(cassatieberoep in ontnemingszaak niet-ontvankelijk in een geval waarin het arrest van het Hof in de strafzaak eindigde in niet-ontvankelijkheid).