ECLI:NL:HR:2011:BR6602
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in cassatie tegen ontnemingsvordering
Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De advocaat van betrokkene diende een schriftuur in met een middel van cassatie. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelde dat alleen middelen van cassatie die een duidelijke klacht over rechtsregel- of vormverzuim bevatten, voor onderzoek in aanmerking komen. De ingediende schriftuur voldeed hier niet aan omdat deze gericht was op vernietiging van de bestreden uitspraak enkel indien het cassatiemiddel in de hoofdzaak gegrond zou worden bevonden. Tevens werd gewezen op wettelijke bepalingen die de tenuitvoerlegging en verval van ontnemingsvorderingen regelen.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat betrokkene niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie had ingediend, waardoor niet was voldaan aan art. 437 lid 2 Sv Pro in verbinding met art. 511h Sv. Hierdoor kon betrokkene niet ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep.
De Hoge Raad verklaarde betrokkene derhalve niet-ontvankelijk en wees het beroep af. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 25 oktober 2011.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet-naleving van wettelijke termijnen en vormvereisten.