ECLI:NL:PHR:2011:BT7487
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid bestuurscollege Sint Eustatius tot overdracht grond en gevolgen voor contractuele en onrechtmatige daad vorderingen
Deze zaak betreft een geschil tussen de erven van wijlen een betrokkene en het Eilandgebied Sint Eustatius over de eigendomsoverdracht van een perceel grond. De erven baseren hun vorderingen op toezeggingen van het bestuurscollege van Sint Eustatius uit 1965 en latere correspondentie waarin het bestuurscollege zich verbond tot overdracht en het dragen van overdrachtskosten. Het Eilandgebied verweert zich met het argument dat het bestuurscollege niet bevoegd was tot het nemen van besluiten tot vervreemding van eigendom, een bevoegdheid die exclusief aan de Eilandsraad toekomt volgens de Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA).
Het hof oordeelde dat het bestuurscollege inderdaad onbevoegd was en dat de mededelingen van het bestuurscollege het Eilandgebied niet binden. Er was geen bewijs van een besluit van de Eilandsraad dat de overdracht goedkeurde. De vorderingen van de erven werden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige verbintenis en onvoldoende feitelijke grondslag voor onrechtmatige daad. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst klachten van de erven af, onder meer omdat het bestuurscollege niet bevoegd was en de erven onvoldoende feiten hebben gesteld voor onrechtmatige daad.
De Hoge Raad benadrukt het onderscheid tussen de bevoegdheid tot het nemen van besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen en de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuurscollege. Vertrouwensbescherming kan onder bijzondere omstandigheden een rol spelen, maar dit is niet door de erven voldoende gesteld. De cassatie wordt verworpen en het vonnis van het hof bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het bestuurscollege niet bevoegd was tot overdracht en wijst de vorderingen van de erven af.