ECLI:NL:PHR:2011:BU3447
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling raadsheer wegens opzettelijke schending raadkamergeheim
In deze zaak werd een voormalige raadsheer van het Gerechtshof te Leeuwarden vervolgd wegens het opzettelijk schenden van het raadkamergeheim, zoals neergelegd in artikel 7 lid 3 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie en artikel 272 Sr Pro. De verdachte had in een brief aan een advocaat informatie verstrekt over de beraadslagingen in een strafzaak waarin hij als raadsheer had gefungeerd, waardoor het geheim van de raadkamer werd geschonden.
De Hoge Raad herhaalt dat artikel 510 Sv Pro ook van toepassing is wanneer een rechterlijk ambtenaar na ontslag wordt vervolgd voor een strafbaar feit dat verband houdt met zijn functie, en dat in zo'n geval een ander gerecht moet worden aangewezen voor vervolging en berechting. In deze zaak was dit niet gebeurd, maar de Hoge Raad oordeelt dat de onpartijdigheid niet in het geding is omdat de zaak in hoger beroep door een nevenzittingsplaats van een ander ressort werd behandeld.
De Hoge Raad bevestigt dat het raadkamergeheim een ruime geheimhoudingsplicht inhoudt, die ook na ontslag voortduurt. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de brief van verdachte met de daarin gebruikte bewoordingen redelijkerwijs niet anders kan worden uitgelegd dan dat daarin inzicht werd gegeven in de beraadslagingen en de wijze waarop de verdachte zich door collega-raadsheren heeft laten overtuigen. Daarmee is het geheim geschonden.
De Hoge Raad wijst er op dat het opzetvereiste ook kan worden ingevuld door het redelijkerwijs moeten vermoeden van de geheimhoudingsplicht. Het hof heeft terecht geoordeeld dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat hij tot geheimhouding verplicht was. Het beroep op rechtsdwaling faalt omdat verdachte geen concrete dwaling aannemelijk heeft gemaakt en het hof terecht heeft vastgesteld dat verdachte niet zorgvuldig genoeg heeft gehandeld om schuld uit te sluiten.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke geldboete wegens opzettelijke schending van het raadkamergeheim.
Uitkomst: De voormalige raadsheer is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete wegens opzettelijke schending van het raadkamergeheim.