ECLI:NL:PHR:2012:BR4525
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over misbruik van recht bij overdracht schoolgebouw en sporthal door gemeente aan stichting
In deze zaak staat centraal de fiscale kwalificatie van de overdracht van een schoolgebouw en een sporthal door de gemeente aan een stichting ten behoeve van bijzondere scholen. De gemeente had de gebouwen gebouwd en vervolgens verkocht aan een stichting, waarbij een complexe structuur werd gehanteerd om btw terug te vorderen.
Het hof oordeelde dat de overdracht een levering in de zin van de omzetbelasting vormde, omdat de macht om als eigenaar over het goed te beschikken was overgedragen, ondanks contractuele terugkooprechten en boetebedingen. Tevens stelde het hof dat sprake was van misbruik van recht, omdat de constructie primair was opgezet om belastingvoordeel te behalen zonder reële economische betekenis.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het leerstuk van fraus legis, waarbij wordt benadrukt dat belastingplichtigen vrij zijn hun transacties fiscaal gunstig in te richten, maar niet zover dat kunstmatige constructies worden opgezet die in strijd zijn met doel en strekking van de wet. De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU wordt uitvoerig besproken, met nadruk op het verbod van misbruik van recht binnen het btw-stelsel.
De conclusie is dat de overdracht als levering moet worden aangemerkt en dat de gebruikte structuur misbruik van recht inhoudt, waardoor het beoogde belastingvoordeel wordt ontzegd. Dit arrest bevestigt de toepassing van het misbruik van recht-beginsel in het Nederlandse omzetbelastingrecht en sluit aan bij Europese jurisprudentie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de overdracht een levering in de zin van de omzetbelasting is en dat sprake is van misbruik van recht, waardoor het belastingvoordeel wordt ontzegd.