Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Inbreng onder voorbehoud van stille reserves
Overdrachtswinst en herwaarderingswinst
BNB1955/154 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat wanneer een onderneming wordt ingebracht tegen de boekwaarde en buiten de boeken om wordt afgerekend over de stille reserves, het de inbrenger is toegestaan het door hem behouden deel van de onderneming te herwaarderen op de waarde in het economisch verkeer. De toetredende firmant is ingevolge dit arrest echter geenszins tot herwaardering verplicht. Kiest de inbrenger ervoor om over te gaan tot herwaardering, dan is over de meerwaarde in beginsel [13] belasting verschuldigd (herwaarderingswinst). Daarnaast wordt ter zake van het overgedragen deel van de onderneming overdrachtswinst gerealiseerd. De Hoge Raad oordeelde als volgt: [14]
BNB1960/34, waarin de Hoge Raad oordeelde: [15]
BNB2014/192 heeft de Hoge Raad de verplichte herwaardering expliciet terzijde geschoven. Deze zaak betrof een belastingplichtige die de (economische) eigendom van een schip tegen de werkelijke waarde inbracht in een CV. De inbrenger werd voor de meerwaarde gecrediteerd op de kapitaalrekening van de vennootschap. Volgens de Hoge Raad was de inbrenger niet verplicht om de meerwaarde op het hem (nog) toekomende aandeel in het schip in aanmerking te nemen als herwaarderingswinst, omdat ter zake van het door de inbrenger behouden belang van het activum geen realisatie plaatsvindt. De Hoge Raad overwoog als volgt: [17]
BNB 1960/34, niet langer aanleiding om anders te oordelen. Die omstandigheid neemt immers niet weg dat de inbrenger met betrekking tot het door hem behouden belang bij het activum, voor dat gedeelte geen meerwaarde heeft gerealiseerd. De Hoge Raad komt in zoverre daarom terug van zijn arrest.
BNB1960/34 ontwikkelde figuur waarbij activa worden ingebracht tegen hun fiscale boekwaarden en ‘buiten de boeken om’ wordt afgerekend. Die figuur leidt tot realisatie van de overdrachtswinst doordat de inbrenger tot het bedrag daarvan buiten de vennootschappelijke balans een vergoeding ontvangt van de overige vennoten. Thans leidt de inbreng tegen de waarde in het economische verkeer evenzeer tot realisatie van (enkel) de overdrachtswinst. [20] Verwacht mag dan ook worden dat de inbreng van activa in de praktijk steeds meer zal plaatsvinden tegen de waarde in het economische verkeer.(…)
goed koopmansgebruik niet ertoe dwingt om (ook) in de mate waarin de inbrenger gerechtigd blijft tot de waarde van het activum boven de boekwaarde bij inbreng, deze meerwaarde in het jaar van inbreng als winst in aanmerking te nemen”. Van beslissend belang is derhalve het antwoord op de vraag in welke mate de inbrenger na de inbreng gerechtigd blijft tot de stille reserve die ten tijde van de inbreng in een ingebracht activum aanwezig is. Bij de beantwoording van deze vraag dient naar mijn mening een onderscheid te worden gemaakt tussen (a) de stille reserves die bestaan ten tijde van de inbreng en (b) de mutaties van deze stille reserves na de inbreng.
BNB2014/192, echter in dat bij de inbreng van zijn ondernemingshelft door X uitsluitend herwaarderingswinst kan ontstaan die hij desgewenst niet in aanmerking hoeft te nemen. Met andere woorden, mijns inziens wordt bij deze gang van zaken in totaal “slechts” 50% van de stille reserves in de onderneming bij X als overdrachtswinst belast. (…)
Voorbehoud stille reserves
Beperking van het voorbehoud tot een deel van de stille reserves
BNB2014/192) [37] – naar herwaarderingswinst verschuldigd.
5.‘Toerekening’ voorbehoud aan deel stille reserves mogelijk?
BNB2012/181. Dit arrest betrof een belastingplichtige die in 1996 ten behoeve van zijn landbouwbedrijf een woonerf verwierf. Omdat hij op het moment van aankoop zelf het woonerf pachtte, behaalde hij met de aankoop een pachtersvoordeel van ƒ 5.586. [40] Dit voordeel besloeg het verschil tussen de waarde van het woonerf in verpachte staat en de waarde in vrij opleverbare staat. [41] Het woonerf kwam zodoende op een lagere waarde op de balans (ƒ 23.424) dan de werkelijke waarde (ƒ 29.280). In 2000 heeft de belastingplichtige het woonerf overgebracht naar zijn privévermogen. De belastingplichtige heeft op de gehele stakingswinst (het verschil tussen de boekwaarde van ƒ 23.424 en ƒ 170.625, de werkelijke waarde op dat moment) de landbouwvrijstelling toegepast.
BNB1965/160] (…) heeft de Hoge Raad uitgesproken dat in werkelijkheid niet behaalde winst, of een niet geleden verlies niet in de winstberekening wordt betrokken.
6.(Her)waardering van landbouwgronden op de WEVAB
BNB 1965/160. (…) Daar is evenwel niets te lezen over de wijze waarop die boekwaarde tot stand is gekomen, laat staan of daarbij de landbouwvrijstelling kon worden toegepast. Dat arrest is naar ons idee derhalve niet voldoende voor het thans geoordeelde, namelijk dat bij een herwaardering de landbouwvrijstelling geen toepassing kan vinden. Dit geldt ook ten aanzien van zijn arrest van 17 oktober 2014, nr. 13/01228,
BNB 2015/23,
V‑N2014/54.11. Naar ons gevoel oordeelt de Hoge Raad derhalve tot iets nieuws, namelijk dat de landbouwvrijstelling tot gevolg heeft dat de regels van goed koopmansgebruik worden ingeperkt en dat slechts het realisatiebeginsel toepassing vindt op het waarderingsstelsel. Hoewel wij de motivering middels deze genoemde arresten niet afdoende achten, kunnen wij de beslissing van de Hoge Raad wel begrijpen. Indien namelijk, zoals de Hoge Raad oordeelt, de landbouwvrijstelling uitdrukkelijk slechts van toepassing is op de boekwinst zoals die sinds de opname in het ondernemingsvermogen is ontstaan, zou eerdere waardering op een andere waarde daarmee strijdig zijn. De beslissing roept evenwel thans de vraag op wat de betekenis hiervan is voor andere activa, zoals deelnemingen, waarop een objectieve vrijstelling van toepassing is. (…) Ten aanzien van deelnemingen is geen aanwijzing te vinden dat afstand is genomen van de jurisprudentie zoals vermeld in de conclusie van de A-G (onderdeel 5.11 en verder) en derhalve waardering op werkelijke waarde toegestaan blijft.
Mogen ter zake van de grond en de opstal verschillende waarderingsmethoden worden toegepast?
8.Beschouwing: partiele inbreng (inbreng van een deel van de stille reserves)
BNB2014/192, [63] te herwaarderen tegen de inbrengwaarde. In cassatie is in geschil is of de ter zake van de inbreng behaalde overdrachts- en herwaarderingswinst is vrijgesteld onder de landbouwvrijstelling.
Oordeel Rechtbank
Beroep in cassatie Staatssecretaris
Beschouwing
BNB2015/180 [78] heeft de Hoge Raad geoordeeld dat waardeveranderingen van gronden slechts dan onder de landbouwvrijstelling zijn vrijgesteld indien zij in werkelijkheid zijn behaald. Als een zodanige ‘werkelijk’ behaalde waardeverandering kwalificeert ingevolge dit arrest (kennelijk) de bij vervreemding of onttrekking gerealiseerde boekwinst. Het vrijstellen van niet-daadwerkelijk behaalde winsten of niet-daadwerkelijk geleden verliezen levert volgens de Hoge Raad strijd op met de strekking van art. 3.12 Wet IB 2001. [79]
BNB2015/180 [80] waarover overdrachtsbelasting is verschuldigd.
BNB2014/192 kan worden afgeleid dat (ook) geen overdrachtswinst wordt gerealiseerd indien een activum tegen de werkelijke waarde wordt ingebracht en de inbrenger voor deze waarde op de kapitaalrekening van de vennootschap wordt gecrediteerd, onderschrijf ik niet. De door een inbrenger behaalde overdrachtswinst wordt ingevolge HR
BNB1957/267 [82] bepaald op basis van de door de vennoten overeengekomen winstverdeling. Daar belanghebbende 50% van haar aandeel ter zake van de inbreng in de VOF overdraagt aan haar zoon, wordt ter zake van dit deel van haar belang overdrachtswinst gerealiseerd. In het arrest HR
BNB2014/192 [83] kan mijns inziens niet worden gelezen dat de Hoge Raad (ook) op dit punt zou een andere rechtsopvatting zou voorstaan.
BNB2015/180. [84] Voor een door de Staatssecretaris voorgestane volgorde van realisatie is mijns inziens geen steun te vinden in het recht.
BNB2012/181, [85] geen afbreuk doet aan dit oordeel. Terwijl in dat arrest sprake was van een gerealiseerde waardeverandering (door de overdracht van grond naar privévermogen werd een voordeel gerealiseerd – te weten de waardevermindering wegens het pachtersvoordeel – die niet onder de landbouwvrijstelling was vrijgesteld), kan dat van de onderhavige situatie (waarin slechts een (aangewezen) deel van de stille reserves wordt overgedragen) niet worden gezegd. Naar het mij voorkomt, is, mede gezien de in de vennootschapsovereenkomst aangegeven wijze van inbreng, het deel van de waardeverandering dat niet onder landbouwvrijstelling is vrijgesteld (de afgeboekte VVR) in het onderhavige geval niet in de boekwinst begrepen. Geen rechtsregel biedt steun aan de opvatting van de Staatssecretaris, dat in de boekwinst die in dit geval ter zake van de overdracht van een deel van de cultuurgronden wordt behaald verplicht c.q. eerst moet worden begrepen de in de stille reserve begrepen waardeverandering die bij realisatie niet onder de landbouwvrijstelling zou zijn vrijgesteld.
BNB1960/34 [87] heeft de Hoge Raad geoordeeld dat wanneer een onderneming tegen de werkelijke waarde in een personenvennootschap wordt ingebracht, de inbrenger het door hem behouden belang moet herwaarderen op de waarde in het economisch verkeer. Over deze winst was dan verplicht overdrachts- en herwaarderingswinst verschuldigd.
BNB2014/192 [88] is de Hoge Raad van deze opvatting teruggekomen. De Hoge Raad oordeelde dat goed koopmansgebruik de inbrenger niet (langer) dwingt het door hem behouden belang van het ingebrachte activum c.q. de ingebrachte onderneming te herwaarderen, omdat ter zake van dit deel van het belang geen realisatie plaatsvindt. Uit dit arrest volgt mijns inziens dat het de inbrenger, indien hij dat wenst, in een zodanig geval nog wel mág overgaan tot herwaardering.
BNB2015/180 [90] heeft beslist ter zake van de landbouwvrijstelling, waardering op de WEV of de inbrengwaarde ook (nog) is toegestaan indien landbouwgronden worden ingebracht. In dit arrest besliste de Hoge Raad dat een stelsel van waardering op de WEVAB in strijd is met goed koopmansgebruik, omdat waardering op deze waarde kan leiden tot strijd met (de strekking van) de landbouwvrijstelling. [91] Op grond van dit arrest worden onder de landbouwvrijstelling alleen vrijgesteld in werkelijkheid behaalde waardeveranderingen, zodat de vrijstelling is beperkt tot bij vervreemding of onttrekking behaalde boekwinsten.
BNB2015/180. Het vrijstellen van deze opwaardering (een niet-gerealiseerd voordeel) zou immers kunnen leiden tot het – door de Hoge Raad genoemde [92] – ongewenste gevolg dat niet-daadwerkelijk geleden verliezen en niet-daadwerkelijk behaalde winsten in strijd met art. 3.12 Wet IB 2001 onder de vrijstelling worden gebracht.
Behandeling van het middel
Beschouwing: gedifferentieerd voorbehoud (afzonderlijke inbrengmethoden opstal en ondergrond)
Beschouwing