ECLI:NL:HR:2012:BU4827
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling landbouwvrijstelling bij pachtersvoordeel en waardedruk zelfbewoning
Belanghebbende verkreeg in 1996 een boerderij met ondergrond en erf in eigendom, waarbij een pachtersvoordeel ontstond. Bij staking van zijn landbouwonderneming in 2000 bracht hij de woonkavel over van ondernemingsvermogen naar privévermogen. De waarde van de woonkavel werd door een taxateur vastgesteld en belanghebbende hield rekening met een waardedruk wegens zelfbewoning.
De Inspecteur rekende het pachtersvoordeel tot de belaste winst, terwijl belanghebbende dit voordeel wilde laten vallen onder de landbouwvrijstelling. Rechtbank verklaarde beroep ongegrond, het Hof vernietigde die uitspraak en paste de vrijstelling ook toe op het pachtersvoordeel. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelt dat de landbouwvrijstelling alleen ziet op waardeveranderingen die daadwerkelijk zijn gerealiseerd en dat het pachtersvoordeel niet in de vrijstelling opgaat. Tevens is waardedruk wegens zelfbewoning geen element van de waardeverandering waarop de vrijstelling ziet. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank dat het pachtersvoordeel niet onder de landbouwvrijstelling valt en waardedruk wegens zelfbewoning niet mag worden toegepast.