ECLI:NL:PHR:2012:BU4911
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en schadevergoeding wegens tekortkoming bij installatie computerprogrammatuur zonder ingebrekestelling
Cubeware ontwikkelde en implementeerde automatiseringssystemen en sloot op 14 juli 1997 een overeenkomst met A-Line over levering en implementatie van programmatuur met een opleverdatum van 1 januari 1999. De oplevering vond niet tijdig plaats, waarna partijen nadere afspraken maakten en een extern onderzoek door Ernst & Young EDP Audit werd ingesteld. Dit rapport was negatief over het geleverde systeem, waarop A-Line concludeerde dat verdere voortzetting zinloos was.
Cubeware stelde dat zij niet in verzuim was omdat geen schriftelijke ingebrekestelling was gegeven, maar het hof oordeelde dat onder de omstandigheden, gelet op de redelijkheid en billijkheid, een ingebrekestelling achterwege kon blijven. Het hof stelde vast dat Cubeware ondanks pogingen niet tot een deugdelijk resultaat was gekomen, waardoor A-Line terecht de overeenkomst mocht ontbinden en schadevergoeding kon vorderen.
De Hoge Raad bevestigde dat het ontbreken van een ingebrekestelling niet altijd verzuim uitsluit, zeker niet als uit de omstandigheden blijkt dat de schuldenaar niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. De klachten van Cubeware over de motivering en feitelijke grondslag van het oordeel faalden, omdat het hof juist had vastgesteld dat herstel in beginsel mogelijk was, maar dat A-Line redelijkerwijs mocht aannemen dat nakoming niet meer zou plaatsvinden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Cubeware en bekrachtigde het oordeel dat A-Line bevoegd was de overeenkomst te ontbinden en schadevergoeding te vorderen zonder voorafgaande ingebrekestelling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat A-Line de overeenkomst mocht ontbinden en schadevergoeding kon vorderen zonder schriftelijke ingebrekestelling.