ECLI:NL:PHR:2012:BU6064
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot zestien jaar gevangenisstraf voor doodslag met mes in Den Haag
Op 6 maart 2009 werd het slachtoffer dood aangetroffen in haar woning te Den Haag met meerdere messteken in het bovenlichaam, hals, gezicht en hoofd. Forensisch onderzoek toonde aan dat het slachtoffer was overleden door massaal bloedverlies en functieverlies van vitale organen. Diverse bloedsporen en DNA-mengprofielen, die zowel het slachtoffer als de verdachte bevatten, werden op meerdere plaatsen in de woning aangetroffen. Het hof achtte deze sporen delictgerelateerd en concludeerde dat de verdachte zowel gewond was als met bloed van het slachtoffer gecontamineerd.
De verdachte had op de dag van het delict tijd en gelegenheid om het misdrijf te plegen, zoals blijkt uit telefonische gegevens en getuigenverklaringen. Hoewel de verdachte ontkende, deed zij in een heimelijk opgenomen gesprek met haar echtgenoot uitlatingen die als bekentenis konden worden opgevat. De verdediging voerde alternatieve scenario's aan, waaronder het niet-delictgerelateerd zijn van DNA-sporen en bedreiging door derden, maar deze werden door het hof verworpen wegens gebrek aan aannemelijkheid en onvoldoende bewijs.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijswaardering en motivering zorgvuldig had uitgevoerd en dat de bewezenverklaring gegrond was op wettige bewijsmiddelen. De klachten van de verdediging over innerlijke tegenstrijdigheden en de betrouwbaarheid van verklaringen werden niet gegrond bevonden. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zestien jaar gevangenisstraf wegens doodslag met mes op 6 maart 2009.