ECLI:NL:HR:2012:BU6064
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring doodslag ondanks DNA-discussie en alternatieve scenario's
Op 6 maart 2009 werd het slachtoffer in haar woning in Den Haag doodgestoken. Verdachte werd ervan beschuldigd haar met meerdere messteken te hebben gedood tijdens een poging tot diefstal. Het hof stelde vast dat het slachtoffer tussen circa 10:30 en 13:37 uur overleed en dat verdachte die ochtend tijd en gelegenheid had om het delict te plegen.
Forensisch onderzoek toonde meerdere DNA-mengprofielen met bloedsporen aan die zowel van het slachtoffer als van de verdachte konden zijn. De verdediging voerde aan dat het DNA-materiaal mogelijk niet delictgerelateerd was, bijvoorbeeld door eerdere schoonmaakactiviteiten of het dragen van handschoenen door de dader. Het hof verwierp deze alternatieve scenario's en concludeerde dat de sporen delictgerelateerd waren.
Verdachte ontkende het delict, maar deed in een heimelijk afgeluisterd gesprek en tegenover haar advocaat uitlatingen die als bekentenis konden worden opgevat. Het hof oordeelde dat aanwijzingen voor meerdere mogelijke daders niet tot vrijspraak leidden. De Hoge Raad bevestigde het arrest van het hof, oordeelde dat het hof voldeed aan de motiveringsplicht volgens art. 359, tweede lid Sv, en herstelde een kennelijke misslag in het arrest zonder dat dit tot cassatie kon leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor doodslag op 6 maart 2009.