ECLI:NL:PHR:2012:BU9885
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ondercuratelestelling wegens geestelijke stoornis ondanks betwisting
Betrokkene, geboren in 1961, werd na opname in een psychiatrisch ziekenhuis begeleid thuis. Het Openbaar Ministerie verzocht de rechtbank tot ondercuratelestelling wegens een geestelijke stoornis (schizofrenie) die betrokkene belemmerde zijn belangen behoorlijk waar te nemen. De rechtbank stelde betrokkene onder curatele en benoemde een curator.
Betrokkene ging in hoger beroep en voerde aan dat hij zijn belangen wel degelijk kon behartigen, betwistte het gebruik van de medische verklaring en stelde dat een minder zware maatregel, zoals onderbewindstelling, passend zou zijn. Het hof bevestigde de ondercuratelestelling na het horen van betrokkenen en aanvullende medische verklaringen.
In cassatie werd onder meer aangevoerd dat het hof onvoldoende had gemotiveerd en dat het gebruik van de verklaring van de behandelend psychiater niet toegestaan was. De Hoge Raad verwierp deze klachten en oordeelde dat de maatregel passend was gezien de aard van de stoornis en de noodzaak tot bescherming van zowel vermogensrechtelijke als immateriële belangen.
Verzoeken tot instelling van minder ingrijpende beschermingsmaatregelen werden afgewezen omdat deze te laat waren gedaan en omdat het hof terecht oordeelde dat deze onvoldoende bescherming boden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de ondercuratelestelling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ondercuratelestelling van betrokkene en wijst het cassatieberoep af.