ECLI:NL:PHR:2012:BV1435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontvankelijkheid en belangenafweging bij enquêteverzoek na cassatie en verwijzing
Deze zaak betreft een vervolg op een eerdere uitspraak van de Hoge Raad waarin een enquêteverzoek van Hermes c.s. werd vernietigd en verwezen naar de Ondernemingskamer. Hermes c.s. dienden een gewijzigd enquêteverzoek in, dat door de Ondernemingskamer werd afgewezen. Hermes c.s. gingen hiertegen in cassatie.
De Hoge Raad behandelt allereerst de ontvankelijkheid van Hermes c.s. in cassatie. ASMI stelde dat Hermes c.s. niet meer voldeden aan de kapitaalseis uit art. 2:346 BW Pro, waardoor zij niet-ontvankelijk zouden zijn. De Hoge Raad oordeelt dat ontvankelijkheid in cassatie wordt bepaald door de verschijning in de vorige instantie (art. 426 lid 1 Rv Pro) en dat de kapitaalseis alleen in eerste aanleg relevant is. Hermes c.s. zijn dus ontvankelijk.
Vervolgens bespreekt de Hoge Raad de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. De Ondernemingskamer is in beginsel gebonden aan niet of tevergeefs bestreden feiten in de vernietigde uitspraak en moet de zaak behandelen in de stand van die uitspraak. Toch kunnen partijen onder omstandigheden nieuwe feiten aanvoeren, mits binnen de grenzen van de rechtsstrijd en met gelegenheid voor wederhoor. De Hoge Raad bevestigt dat de Ondernemingskamer bij de belangenafweging ook feiten mag meewegen die na cassatie aan het licht zijn gekomen of die onjuist of onvolledig bleken, mits terughoudend toegepast.
Ten slotte gaat de Hoge Raad in op de belangenafweging van de Ondernemingskamer. Hoewel gegronde redenen tot twijfel aan een juist beleid zijn vastgesteld, oordeelt de Ondernemingskamer dat deze redenen onvoldoende zwaarwegend zijn om een onderzoek te gelasten, mede omdat gebreken in de informatievoorziening deels zijn hersteld. De Hoge Raad acht deze afweging discretionair en voldoende gemotiveerd. De conclusie van de advocaat-generaal is om het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Hermes c.s. wordt verworpen en het enquêteverzoek wordt afgewezen.