ECLI:NL:PHR:2012:BV3442
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest moord wegens onjuiste bewijsvoering en schending redelijke termijn
De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Gravenhage veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf voor moord op zijn voormalige huisgenoot. Het hof stelde vast dat de verdachte na kalm beraad en rustig overleg het slachtoffer met twee messen heeft gestoken, hetgeen leidde tot diens overlijden.
In cassatie klaagt de verdediging onder meer over het gebruik van een ongeloofwaardige verklaring van de verdachte als bewijsmiddel, de ontoereikendheid van het bewijs voor voorbedachte raad, en de motivering van de strafoplegging. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte een deel van de verklaring van verdachte, dat het stampen op de trap bedoeld was om het slachtoffer af te schrikken, als bewijsmiddel heeft gebruikt terwijl het zelf dat motief ongeloofwaardig achtte.
Verder is vastgesteld dat het hof onvoldoende heeft beslist over de inbeslaggenomen voorwerpen, hetgeen strijdig is met art. 353.1 Sv. Ook is de redelijke termijn overschreden, wat een grond voor vernietiging vormt. De overige middelen falen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste bewijsvoering en schending van de redelijke termijn.