ECLI:NL:PHR:2012:BV3678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat CMR-Verdrag niet autonoom van toepassing is op multimodaal vervoer
In deze zaak stond centraal de vraag of het CMR-Verdrag autonoom van toepassing is op multimodale vervoerovereenkomsten, met name op het internationale wegvervoergedeelte daarvan. De zaak betreft het vervoer van een container gezouten vis van Reykjavik naar Napels via Rotterdam, waarbij het wegvervoer door een derde partij plaatsvond en schade ontstond door een gewapende overval.
De rechtbank Rotterdam had zich bevoegd verklaard op grond van het CMR-Verdrag, maar het hof 's-Gravenhage vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was vanwege een exclusieve forumkeuze voor IJsland en de niet-autonome toepasselijkheid van de CMR op multimodaal vervoer. Het hof motiveerde dit met tekstuele uitleg van art. 1 en Pro 2 CMR, het ondertekeningsprotocol en praktische bezwaren zoals bevoegdheidsperikelen bij multimodaal vervoer.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst de cassatieklachten af. De Hoge Raad benadrukt dat art. 1 CMR Pro geen eenduidige toepasselijkheid op multimodaal vervoer biedt en dat art. 2 CMR Pro slechts stapelvervoer betreft, een specifieke vorm van multimodaal vervoer. Ook acht de Hoge Raad de praktische bezwaren en de wens voor uniforme verdragsuitleg in de CMR-verdragstaten zwaarwegend. De Hoge Raad volgt daarmee de lijn van het Duitse Bundesgerichtshof en verwerpt de autonome toepasselijkheid van de CMR op multimodaal vervoer.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het CMR-Verdrag niet autonoom van toepassing is op multimodaal vervoer en verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd.