ECLI:NL:PHR:2012:BV5553
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over dwangsommen wegens niet-naleving omgangsregeling en informatieplicht
Deze zaak betreft een executiegeschil waarbij de vader dwangsommen heeft opgeëist wegens het niet naleven door de moeder van een omgangsregeling en een informatieplicht. De omgangsregeling was vastgesteld door het gerechtshof Amsterdam en de moeder was door de voorzieningenrechter veroordeeld tot medewerking, met een dwangsom van €500 per overtreding.
De moeder heeft op verschillende data de omgang niet toegestaan, waarop de vader dwangsommen heeft gevorderd en executoriaal loonbeslag heeft gelegd. De moeder vorderde in kort geding dat verdere executiemaatregelen werden verboden en het beslag werd opgeheven, maar dit werd geweigerd door de voorzieningenrechter en bevestigd door het hof Amsterdam in hoger beroep.
De moeder stelde cassatieberoep in met meerdere klachten, waaronder het niet in acht nemen van art. 1:377a lid 3 BW, het niet horen van getuigen en de proceskostenveroordeling. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten falen: de rechter hoeft niet ambtshalve het recht op omgang te ontzeggen, het bewijsaanbod was niet verplicht te worden gehonoreerd en de proceskostenveroordeling is begrijpelijk gemotiveerd.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de dwangsommen en de executoriale maatregelen rechtmatig zijn. De zaak benadrukt het belang van het naleven van omgangsregelingen en de mogelijkheid tot executie bij niet-nakoming.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de dwangsommen wegens niet-naleving omgangsregeling blijven van kracht.