ECLI:NL:PHR:2012:BV6665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bevoegdheid politieambtenaar tot vordering krachtens APV-artikel
Op 27 december 2007 hielden politieambtenaren een man aan op het Piusplein in Tilburg. De verdachte en twee anderen benaderden de politie, waarbij de verdachte ondanks meerdere vorderingen om afstand te houden en het horecagebied te verlaten, geen gehoor gaf. Hij werd daarop aangehouden wegens overtreding van artikel 184, eerste lid, Sr, omdat hij niet voldeed aan een vordering krachtens artikel 7 van Pro de APV Tilburg.
Het hof sprak de verdachte vrij omdat artikel 7 APV Pro Tilburg niet uitdrukkelijk bevoegdheid verleent aan politieambtenaren om vorderingen te doen die strafbaar zijn gesteld onder artikel 184 Sr Pro. De Hoge Raad bevestigt dat een wettelijk voorschrift krachtens artikel 184 Sr Pro uitdrukkelijk moet aangeven dat de ambtenaar bevoegd is tot het doen van een vordering. Artikel 7 APV Pro Tilburg voldoet hier niet aan.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 2 Politiewet Pro 1993 een algemene taakomschrijving bevat en geen wettelijk voorschrift is dat bevoegdheid tot vorderingen verleent. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling. De conclusie van de Procureur-Generaal ondersteunt deze lijn en onderstreept de noodzaak van een expliciete wettelijke grondslag voor politiebevelen die strafrechtelijke gevolgen hebben.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling vanwege het ontbreken van een uitdrukkelijk wettelijk voorschrift voor de vordering.