ECLI:NL:PHR:2012:BV8273
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens opgeheven ongewenstverklaring vreemdeling op tijdstip tenlastelegging
De verdachte was door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het als vreemdeling verblijven terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. De tenlastelegging betrof het verblijf op 15 april 2008, terwijl de ongewenstverklaring was genomen in 1991.
Na indiening van het cassatieschrift werd een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overgelegd waarin de opheffing van de ongewenstverklaring met terugwerkende kracht werd vastgesteld op 30 april 2006. Dit betekent dat de verdachte op het moment van de tenlastelegging niet langer ongewenst vreemdeling was.
De Hoge Raad oordeelt dat na vernietiging van het arrest en terugverwijzing geen andere uitspraak dan vrijspraak mogelijk is. Om redenen van doelmatigheid besluit de Hoge Raad de zaak zelf af te doen en spreekt de verdachte vrij. Er zijn geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken omdat de ongewenstverklaring met terugwerkende kracht was opgeheven vóór het ten laste gelegde tijdstip.