ECLI:NL:HR:2008:BF3323
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens ongewenst vreemdeling verblijf na opheffing ongewenstverklaring
De aanvrager werd veroordeeld voor het als ongewenst vreemdeling verblijven in Nederland op 24 februari 2007, terwijl hij op 30 juni 2003 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Later, bij beschikking van 27 juli 2007, werd deze ongewenstverklaring opgeheven, maar het bezwaar van de aanvrager werd toen ongegrond verklaard.
De bestuursrechter te 's-Gravenhage bepaalde op 21 februari 2008 dat de opheffing van de ongewenstverklaring terugwerkende kracht heeft tot 1 januari 2007. Dit leidde tot het ernstige vermoeden dat de aanvrager vrijgesproken zou zijn als de politierechter van deze uitspraak op de hoogte was geweest.
De Hoge Raad verklaarde daarom de aanvraag tot herziening gegrond, beval zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing.
De uitspraak benadrukt het belang van actuele bestuursrechtelijke beslissingen voor strafrechtelijke veroordelingen en bevestigt dat nieuwe feiten die tot vrijspraak kunnen leiden, aanleiding kunnen zijn voor herziening.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het Gerechtshof Amsterdam.